Nieuws - Economisch belang van de havens van Oostende en Zeebrugge, cijfers 2012

Ik wil meer knop      Delen op LinkedIN     Add to any
  Permalink
  Afdrukken

De Nationale Bank van België publiceert jaarlijks een bijwerking van de studie over het economisch belang van de Vlaamse zeehavens. Hierna met extra info over Oostende en Zeebrugge.

De bijdrage van iedere haven tot de nationale economie wordt geraamd door hun economische, sociale en financiële situatie te onderzoeken over de periode 2007-2012. De drie voornaamste variabelen zijn de toegevoegde waarde, de werkgelegenheid en de investeringen. Deze studie belicht eveneens de indirecte effecten inzake toegevoegde waarde en werkgelegenheid, alsook de voornaamste gegevens uit de sociale balans. De analyse van de financiële resultaten berust op de studie van de ratio's inzake rentabiliteit, liquiditeit en solvabiliteit en het door de Bank ontwikkelde financiële gezondheidsmodel.

De in 2011 ingezette daling van de directe toegevoegde waarde in de zes Belgische havens hield aan in 2012, zij het in een gematigder tempo (-0,5 %). De directe toegevoegde waarde van de maritieme cluster steeg met 8,2 %, voornamelijk dankzij de goederenbehandeling en de sector havenaanleg en baggerwerken. In de niet-maritieme cluster, daarentegen, nam de toegevoegde waarde af in de handel en industrie; de belangrijkste verminderingen werden opgetekend in de energiesector en de chemische industrie. Het verloop is evenwel vrij verschillend van haven tot haven. De toegevoegde waarde van de havens van Antwerpen en Oostende liet in 2012 een groei van meer dan 3 % optekenen. In dezelfde periode bleef de toegevoegde waarde van de haven van Brussel stabiel. In de haven van Zeebrugge, daarentegen, kromp ze met 1,5 %. De toegevoegde waarde van de haven van Gent en die van het Luikse havencomplex, ten slotte, daalden fors met respectievelijk 4,8 en 16,1 %. De indirecte toegevoegde waarde nam met 0,4 % toe. Het aandeel van de totale toegevoegde waarde in het Belgische bbp liep met 0,2 procentpunt terug tot 7,9 %.

Toegevoegde waarde van de havens van Oostende en Zeebrugge, 2011 tot 2012 (in € miljoen, huidige prijzen)

  2011 2012 2011 versus
2012 (%)
Oostende      
Direct 468.6 483.0 + 3.1
Indirect 461.7 480.1 + 4.0
Totaal TW Oostende 930.3 963.0 + 3.5
Zeebrugge      
Direct 970.3 956.1 - 1.5
Indirect 763.8 790.0 + 3.4
Totaal TW Zeebrugge 1,734.2 1,746.2 + 0.7

Na twee opeenvolgende jaren van vermindering in de zes Belgische havens als geheel keerde de trend en nam de directe werkgelegenheid in 2012 met 1,6 % toe. Die stijging is uitsluitend toe te schrijven aan de niet-maritieme cluster, aangezien de maritieme cluster stagneerde. De werkgelegenheid steeg in vijf havens. De haven van Oostende liet de spectaculairste ontwikkeling optekenen. De stijging van het aantal voltijds equivalenten lag er in de buurt van 8 % en werd voornamelijk gedragen door de segmenten van de bouwnijverheid en van de havenaanleg en baggerwerken. Ook de haven van Brussel vertoonde een forse stijging met 3,8 %. De groei van het aantal voltijds equivalenten in de havens van Antwerpen en Gent bedroeg respectievelijk 1,5 en 1,9 % en de toename in de haven van Zeebrugge beliep iets minder dan 1 %. Enkel het Luikse havencomplex gaf een daling (-2,1 %) te zien; het banenverlies was bijzonder groot in de metaalverwerkende nijverheid. Het aandeel van de directe werkgelegenheid van de havens in de Belgische binnenlandse werkgelegenheid bleef in 2012 stabiel op 2,9 %. Gelet op de indirecte effecten, vertegenwoordigde de totale werkgelegenheid van de havens in 2012 nog steeds 6,4 % van de Belgische binnenlandse werkgelegenheid.

Tewerkstelling in havens van Oostende en Zeebrugge, 2011 tot 2012 (VTE)

  2011 2012 2011 versus
2012 (%)
Oostende      
Direct 4,808 5,185 + 7.8
Indirect 4,657 5,521 + 18.5
Totaal Tew. Oostende 9,466 10,706 + 13.1
Zeebrugge      
Direct 9,995 10,073 + 0.8
Indirect 10,350 10,700 + 3,4
Totaal Tew. Zeebrugge 20,345 20,773 + 2,1

De investeringen in de Belgische havens zijn voor het vierde opeenvolgende jaar gedaald (-3 %). De twee clusters vertoonden een afname, maar in de industrie werd aan de scherpe vermindering een halt toegeroepen en werd in 2012 zelfs een lichte groei opgetekend; een van de stuwende krachten achter dat verloop was de metaalverwerkende nijverheid. Als gevolg van de stijging van de investeringen in de industrie en het vervoer over land bleef de daling van de investeringen in de niet-maritieme cluster beperkt, hoewel in de handel een zeer grote afname werd opgetekend. Na de forse daling in 2010 en de omslag van de tendens in 2011 bleven de investeringen in het Luikse havencomplex in 2012 verder toenemen. De industrie en de maritieme cluster lagen ten grondslag aan die ontwikkeling. Afgezien van het Luikse havencomplex, groeiden enkel de investeringen in de haven van Oostende, onder impuls van de maritieme cluster. De havens van Brussel, Antwerpen en Gent lieten een daling optekenen van -2,4 % tot -4,1 %. In de twee laatstgenoemde havens krompen de twee clusters, terwijl in de haven van Brussel enkel de maritieme cluster afnam. De haven van Zeebrugge gaf qua investeringen de scherpste daling te zien, voornamelijk als gevolg van de inkrimping ervan in de overheidssector en de goederenbehandeling.

Investeringen in de havens van Oostende en Zeebrugge, 2007 tot 2012 (in € miljoen, huidige prijzen)

  2007 2008 2009 2010 2011 2012 2011 versus
2012 (%)
2007 versus
2012 (%)
 
Oostende                
Maritieme cluster 85.3 90.3 76.6 49.4 24.5 27.9 + 14.1 - 20.0
Niet-maritieme cluster 69.9 93.8 43.7 52.9 66.2 65.6 - 0.9 - 1.3
Totaal invest. Oostende 155.2 184.1 120.3 102.3 90.6 93.5 + 3.2 -9.6
Zeebrugge                
Maritieme cluster 197.7 129.5 93.4 214.7 150.5 120.5 - 19.9 - 9.4
Niet-maritieme cluster 113.3 133.9 77.6 121.5 119.5 117.7 - 1.5 + 0.8
Totaal invest. Zeebrugge 311.0 263.4 171.0 336.3 270.0 238.2 - 11.8 - 5.2


Na de in 2011 opgetekende vertraging in 2011, lieten alle Vlaamse havens in 2012 een daling van het maritiem goederenvervoer optekenen; die verminderingen schommelden van 1,6 % voor de haven van Antwerpen tot 16,8 % voor de haven van Oostende. Als gevolg van de sluiting van diverse vestigingen in de metaalverwerkende nijverheid in het Luikse bekken daalde het vervoer over water van het Luikse havencomplex met 15,3 %. De haven van Brussel, tenslotte, liet een daling van het vervoer met 5,1 % optekenen. Voor alle havens samen nam het goederenverkeer in 2012 af met 3,9 %

Meer gedetailleerde informatie over de havens vindt u in de publicatie "Economic importance of the Belgian ports: flimish maritime ports, Liège port comple and the port of Brussels - report 2012"

(Toegevoegd op 4/07/2014, laatste aanpassing: 23/06/2015)